2010 januari, Het roer moet om.

 

Arnhem, 8 januari 2010.

 

 

HET ROER MOET OM.
Niet projectontwikkelaars maar de gemeenteraad moet de stedenbouwkundige ontwikkeling bepalen.

 

Afgelopen decennia zijn er op het terrein van de ruimtelijke ordening nieuwe vormen van samenwerking ontstaan tussen gemeentebesturen en projectontwikkelaars, de zogenaamde publiek-private samenwerkingsverbanden. Dat is als zodanig aanvaardbaar, mits de gemeente zijn publiekrechtelijke taak goed vervuld en niet bezwijkt voor de commerciële druk van de private partijen Het gemeentebestuur behartigt het algemeen belang en draagt zorg o.a. voor de stedenbouwkundige kwaliteit. In 2004 waarschuwde ex VROM-minister Winsemius: “Ook in steden zijn relatief onervaren ambtenaren en wethouders niet bestand tegen de druk van winstgedreven projectontwikkelaars”. 1) Wij zijn van mening, dat hiervan in Arnhem in ernstige mate sprake is. Dat zullen wij verduidelijken aan de hand van het project Rijnboog, een bouwplan in Schaarsbergen en een bouwplan aan de Braamweg. Verontrustende ontwikkelingen op stedenbouwkundig terrein ontstaan door de druk van projectontwikkelaars, toezeggingen van wethouders en omdat de gemeenteraad zijn verantwoordelijkheid niet waar maakt.

Project Rijnboog

In 2000 werd als zelfstandig rechtspersoon een projectorganisatie opgericht, waarin naast de gemeente vijf private partijen (Portaal Vastgoed, Bouwfonds MAB, BPF Bouwinvest, Vesteda en Blauwhoed) participeerden. Het projectbureau stond los van de gemeentelijke organisatie. Alle partijen leverden een financiële bijdrage, elk voor 1/6 deel, en gezamenlijk werd een opdracht verstrekt aan de Spaanse architect De Sola Morales om een masterplan Rijnboog te maken. 2). De gemeente was slechts een van de zes. Dat dit onbevredigend was blijkt uit de mening van de toenmalige projectleider Rijnboog. “Als gemeente zouden wij duidelijker zelf moeten kunnen bepalen wat wij willen in dit gebied in relatie met de rest van de stad. Wij hebben als gemeente veel geïnvesteerd en de risico’s gelopen en ik zou graag zien, dat de machtspositie daarop afgestemd was”. 3)

In januari 2001 werd een kant en klaar plan gelanceerd zonder dat er eerst alternatieven aan de orde waren geweest. “Waar de meeste Nederlandse stedenbouwkundigen met houtskoolschetsen en vlekkenplannen nog veel ruimte laten voor discussie over de invulling ervan, wekte de nogal gedetailleerde weergave van het plan van De Sola Morales de suggestie dat er hierover niet meer te praten was”. 4)

In een gecombineerde vergadering van drie raadscommissies op 13 juni 2002 bleek er geen meerderheid te zijn voor de aanleg van een haven. 5) Op 1 juli 2002 besloot de Raad een referendum te houden over de vraag: haven of park. Wethouder Lenferink verklaarde dat zo’n plan voor een park dan wel door de marktpartijen moet worden ondersteund. 6) De participerende projectontwikkelaars kwamen tegen het raadsbesluit in verzet en stelden: “Een tijdje geleden leek het met de haven in orde te komen met een college van burgemeester en wethouders dat alle steun toezegde. Nu dreigt echter de gemeenteraad roet in het eten te gooien”. 7) Op 12 december 2002 besloot de Raad het besluit over het te houden referendum in te trekken.

Op 28 juni 2004 stelde de gemeenteraad het masterplan Rijnboog vast en op 13 februari 2006 een gewijzigd Rijnboogplan.

In het Plan van Aanpak Havenkwartier van augustus 2007 werd gesteld dat het deelproject Havenkwartier een hoog financieel risicoprofiel kent en dat het schetsontwerp een co- productie zal zijn van gemeente en marktpartijen.

In februari 2009 verscheen de rapportage van de raadswerkgroep Rijnboog. De fractievoorzitter van Groen Links verklaarde dat de haven voor haar nooit heilig is geweest. 8) Wethouder Kreeft deelde op 2 maart 2009 mee, dat hij voor het havenkwartier een ander ontwerp laat maken, dat mogelijk buiten de kaders valt, die de gemeenteraad heeft gesteld. Dat zou eventueel een plan zonder haven met sluis kunnen zijn. Een werkgroep zou een aantal varianten onderzoeken, ook een ondiepe waterpartij. 9). Op 8 juli 2009 verklaarde de wethouder - desgevraagd door de stichting Jansbeek Boven Water - dat hij een variant zonder haven onder druk van de participerende projectontwikkelaars had moeten inslikken. Commentaar:
In 2000 heeft de gemeente zich in een minderheidspositie geplaatst: één van de zes. Vanaf die tijd hebben de projectontwikkelaars voortdurend de regie gevoerd over hun plan. Herhaalde pogingen om de haven uit het plan te halen strandden op het veto van de private partijen. Bezwaren tegen de geplande hoogbouw werden genegeerd. Tengevolge van een financieel en stedenbouwkundig onafgewogen beslissing omtrent een Kenniscluster en een Cultuurcluster, is nu een cultuurcomplex gepland dat zeer lomp 30 m hoog wordt in de gevelwand van 10 m hoog aan de Rijnkade en dicht bij de historische binnenstad. En verder nog torens bij de Rodenburgstraat en de Turfstraat kennelijk om het voor de participerende private partijen financieel aantrekkelijk te maken. Dat alles ten koste van ruimtelijke karakteristieken en in strijd met het eerder door de gemeenteraad vastgestelde hoogbouwbeleid.
Het feit dat de gemeenteraad tien jaar lang de gevangene was van de private partijen, heeft geleid tot een jarenlange vertraging van de vernieuwing van het Rijnboogggebied en verspilling van een veelheid van miljoenen aan belastinggeld. De ontwerper van het plan heeft afgehaakt. De tweede en derde fase van het plan zijn door de wethouder geschrapt.
De (nieuwe) gemeenteraad zal nu echt zelf de leiding moeten nemen voor doelmatige stadsvernieuwing met een duidelijk maatschappelijk draagvlak.

Bouwplan flats in Schaarsbergen

Op een terrein in het dorp Schaarsbergen staan al jarenlang gebouwen leeg, die indertijd in gebruik waren bij een onderzoeksinstituut van het ministerie van Landbouw. Dit terrein van 1,3 ha werd aangekocht – naar verluidt voor een bedrag van 1,6 miljoen - door BPF Bouwinvest, die er bouwplannen voor heeft ontworpen. In 2005 zijn afspraken gemaakt tussen de gemeente en de projectontwikkelaar. “De gemeente heeft gezamenlijk met BPF Bouwinvest gezocht naar een verfijning en actualisatie van de randvoorwaarden van 1999 en een planopzet, die daar binnen past, uitgaande van het wederzijds afgesproken programma”.8) Vervolgens verscheen in mei 2007 een gemeentelijke Nota van randvoorwaarden. Volgens die nota mogen er 64 woningen worden gebouwd met een maximum van zeven bouwlagen. BPF Bouwinvest diende op 23 mei 2008 een verzoek in om vrijstelling van het geldende bestemmingsplan, dat het bouwplan niet toelaat. Vele tientallen omwonenden dienden er bezwaren tegen in.

Commentaar:

Dit bouwplan vloekt met beginselen van een goede ruimtelijke ordening (zie onze brief van 29-11-09). Het moet toch mogelijk zijn op dit bouwterrein een plan te realiseren dat stedenbouwkundig verantwoord is. De medewerking van burgemeester en wethouders aan dit plan kunnen wij niet anders zien als bereidwilligheid ten gunste van BPF Bouwinvest. Dat is niet handelen zoals de overheid betaamt.

2

 

Bouwplan flats aan de Braamweg

Projectontwikkelaar Giesbers heeft in 2006 een haalbaarheidsstudie uitgevoerd naar de bouw van appartementen voor beter gesitueerden op een terrein van ruim 1 ha aan de Braamweg. Op dat terrein, dat in een groene zone ligt, staat een villa. In maart 2007 gaf de gemeente een positieve reactie op het plan van Giesbers. Vervolgens kocht Giesbers het terrein aan, naar verluidt voor een bedrag van 3 miljoen. In juli 2009 verscheen een concept Nota van Randvoorwaarden, die het plan van Giesbers voor drie flatgebouwen (2000 m2 bebouwde oppervlakte) tot 5 bouwlagen mogelijk maakt. Na veel bezwaren van omwonenden en Stadsschoon stelden burgemeester en wethouders op 1 december – zonder wezenlijke veranderingen - de Nota van randvoorwaarden vast, die nog steeds het plan van Giesbers in beginsel mogelijk maakt.

Commentaar:

Het is zonneklaar dat dit bouwplan in strijd is met het Groenplan Arnhem 2004-2015. Het terrein behoort tot het structureel groen, waar elke toevoeging van bebouwing moet worden geweerd. Hoe komen burgemeester en wethouders er toe om dan toch medewerking te willen verlenen aan de bouw van appartementencomplexen op deze kwetsbare locatie? Het argument wordt aangevoerd: om beter gesitueerden Arnhem binnen te halen. Maar dat kan toch nooit een argument zijn om zo’n ingreep toe te staan in de kenmerkende groene structuur van de stad. Beter gesitueerden kunnen ook op andere – minder bezwaarlijke - plekken gehuisvest worden. Met de Nota van Randvoorwaarden wordt een doorzichtige poging gedaan om recht te praten wat krom is. De conclusie dringt zich op dat de projectontwikkelaar burgemeester en wethouders onder druk heeft gezet om medewerking te verlenen gelet op de toezegging uit 2007. Daar is de gemeenteraad – zeker in het huidige dualistische stelsel – niet aan gebonden.

Slotbeschouwing

De gemeenteraad dient zich bewust te zijn van zijn taak om op het terrein van de ruimtelijke ordening zelf de regie in handen te houden. Samenwerking met projectontwikkelaars is prima, maar de gemeente moet de baas blijven. Wethouders dienen geen koopmansbeleid te voeren. Als burgers en belangenorganisaties afgewogen bezwaren indienen, dan zal de gemeenteraad zich heel goed dienen te bezinnen en niet door de knieën moeten gaan voor de op winst beluste projectontwikkelaars. Een nieuw beleid is nú nodig. Het roer moet om.

 

w.g. P.van Dijk, voorzitter,        H.Bos, secretaris.

 

 

1) dagblad Trouw 30 oktober 2004; 2) volgens projectleider Rijnboog op blz. 34 van doctoraalscriptie “De legitimiteit van het Masterplan van F.M.A. Backer van 5-4-06; 3) blz.75 van die scriptie; 4) rapport februari 2008 Een ongewenst preferendum van de Universiteit van Tilburg; 5) verslag raadscommissies en preferendumrapport; 6) Gelderlander 22-8-02; 7) Gelderlander 24-8-02; 8) Gelderlander 10-2-09; 9) Gelderlander 3-3-09 en 23-4-09; 10) verslag welstandscommissie 29-6-06.