2011 december, brief aan B&W

 

 

Arnhem, 12 december 2011.

 

 

Aan het college van burgemeester en wethouders i.a.a. de Commissie voor Welstand en Monumenten

Onderwerp: Welstandstoezicht, stedenbouw.

 

Geacht college,

Uw recente startnotitie “Verkenning terughoudend welstandsbeleid” geeft ons reden om ten aanzien van dit onderwerp onze zienswijze aan u kenbaar te maken.

Mede gelet op de huidige opvattingen en voornemens op regeringsniveau omtrent de wettelijke regeling van het welstandstoezicht, hebben wij er begrip voor, dat u streeft naar enige beperking van het welstandstoezicht. Daarbij nemen wij in aanmerking dat volgens de startnotitie het welstandsregiem zal worden gehandhaafd voor kwetsbare gebieden en voor rijks- en gemeentelijke monumenten.

In Arnhem bestaat een Kleine Welstandscommissie, die de wettelijke welstandstaak vervult. Er is ook een Grote Welstandscommissie, die adviseert over stedenbouwkundige plannen e.d. Gelet op de functie van deze commissie is de naam o.i. onjuist. In uw notitie noemt u zelf ook al de naam Commissie voor Ruimtelijke Kwaliteit.

Wij vinden de functie van een multidisciplinair samengestelde commissie die adviseert over stedenbouwkundige plannen van grote betekenis voor een goede stedenbouwkundige ontwikkeling van onze stad. Daarbij is het belangrijk dat de onafhankelijkheid van die commissie stevig wordt verankerd. Beïnvloeding van standpunten van de commissie door het gemeentebestuur op de een of andere wijze achten wij uit den boze. Wanneer het gemeentebestuur een andere mening zou huldigen dan de commissie, dan dient dat in openbaarheid duidelijk te worden. Ook is het nodig dat deze commissie de bevoegdheid heeft te adviseren over plannen voor het Rijnbooggebied. Die taak werd echter in 2008 aan de Grote Welstandscommissie onttrokken en overgedragen aan een klein Kwaliteitsteam Rijnboog. De leden van dat team dienden zich volgens het toenmalige gemeentebestuur onvoorwaardelijk te verbinden aan de intenties van het Rijnboogplan. Uit bestuurlijk oogpunt vinden wij dat een bedenkelijke zaak. Voor een goed afgestemd stedenbouwkundig beleid is het van wezenlijk belang dat de Commissie voor Ruimtelijke Kwaliteit een adviesfunctie heeft voor het hele grondgebied van de gemeente. Het is onverantwoord dat de ontwikkeling in een zo belangrijk onderdeel van de gemeente buiten de adviesfunctie van die commissie wordt geplaatst.

Gaarne vernemen wij uw standpunt.

Het bestuur van de Vereniging Stadsschoon,

 

 

Toelichting:
In diverse gemeenten en ook op regeringsniveau heersen opvattingen, dat het wel minder kan met het welstandstoezicht (beoordeling architectuur van bouwplannen). Gezegd wordt dan dat het vertragend werkt en dat er meer vrijheid van architectuur moet zijn. Ook het gemeentebestuur van Arnhem denkt in die richting.
Anders dan de architectuur is de stedenbouw, waarbij het gaat om de plaats van bebouwing, de hoogte, de dichtheid, de functie, de consequenties voor het verkeer, het landschap enz. Ten aanzien daarvan is het gewenst dat er een deskundige onafhankelijke commissie is, die een en ander voor de gehele gemeente bewaakt. Dat geldt te meer omdat de gemeente Arnhem de laatste jaren van her en der stedenbouwkundigen heeft ingehuurd voor plannen en de gemeentelijke diensten daarbij o.i. te weinig aan bod komen.