2012 maart, brief aan B&W sec

 

Arnhem, 8 maart 2012.

Aan het college van burgemeester en wethouders, Postbus 9029,
6800 EL Arnhem.

 

 

Geacht college,

Wij geven hierbij in hoofdlijnen onze zienswijze op het ontwerp van de structuurvisie Arnhem 2020.

Waardering maar onvoldoende visie

Wij hebben met waardering kennis genomen van de uitgebreide documentatie van de onderscheiden onderdelen van het ruimtelijk beleid. Terecht is ook goede aandacht geschonken aan de cultuurhistorie en de landschappelijke waarden. Het stuk is in grote mate van beschrijvende aard. Wij zien er onvoldoende visie in die gebaseerd is op de gewijzigde economische en maatschappelijke omstandigheden.

Economische crisis

Het geven van een ruimtelijke toekomstvisie voor een periode van tien jaar is altijd al een moeilijke zaak. Dat geldt te meer nu er sprake is van een economische crisis. Het einde van het vraaggericht bouwen heeft zich aangediend (blz.8). Afnemende groeicurven en kostbare binnenstedelijke ontwikkelingen met verliesgevende grondexploitatie(blz.136). Gevolgen van de economische crisis worden in de structuurvisie wel gesignaleerd, doch daaruit zijn o.i. niet de nodige conclusies getrokken voor beleidswijzigingen.

Achterhaalde opvattingen

De grootstedelijke Rijnboogvisie uit 2002 – toen was er een economische periode van hoogconjunctuur - is nog verweven in de structuurvisie. De opvattingen uit 2002 zijn echter achterhaald door maatschappelijke, vooral economische, ontwikkelingen. Wij zijn voorstander van het opwaarderen van de zuidelijke binnenstad maar door zoveel nadruk te leggen op nieuwe winkels en culturele voorzieningen in dat gebied wordt, temeer in de gewijzigde economische situatie, voorbij gegaan aan de consequenties daarvan voor andere gebieden. Het op deze wijze opwaarderen van het zuidelijke centrumgebied brengt het reële gevaar mee van devaluatie van andere delen van het centrum met name van de historische binnenstad.

Visie op stadscentrum ontbreekt

Wij vinden het een ernstig gemis, dat er pas een visie op het stadscentrum zal komen in het kader van een uitwerking van de structuurvisie (blz.10). Juist daaromtrent is de meest dringende behoefte aan sturing vanuit een integrale stedenbouwkundige visie..De samenhangende ruimtelijke strategie, die in de Agenda Structuurvisie werd aangekondigd voor het stadscentrum, ontbreekt. Wij hebben reeds in 2008 in de publicatie “Hart van Arnhem” een aanzet gegeven voor een stedenbouwkundige visie voor het stadscentrum. Zie onze website www.stadsschoon.nl

Detailhandel in compact kernwinkelcentrum

De ambitie wordt uitgesproken om de compactheid van de kern te behouden (blz.21). Om verwatering te voorkomen wordt groei van het kernwinkelgebied geconcentreerd in zuidelijke richting (blz.106). Dat laatste betekent nieuwbouw in de zuidelijke binnenstad in concurrentie met bestaande winkels elders. Het probleem van leegstaande winkelpanden wordt daardoor nog groter. De beoogde uitbreiding van het winkelcentrum zal leiden tot verwatering, die men juist wil voorkomen. Gesteld wordt (blz.64) dat het Gele Rijdersplein en de noordoostelijke binnenstad niet de concurrentie mag aangaan met de zuidelijke uitbreiding. Die stelling wordt niet onderbouwd en kan slechts worden verklaard uit dogmatisch vasthouden aan een achterhaalde visie uit 2002. Nieuwbouw van winkels in het zogenaamde wederopbouwgebied krijgt de voorrang boven bestaande winkels in de historische 

binnenstad. Dat is in stedenbouwkundige zin het paard achter de wagen spannen. Wij zien niets van een actueel distributie-planologisch onderzoek omtrent de detailhandel inclusief een beschouwing over de ingrijpende gevolgen van internetwinkelen.. “Over tien jaar staat 12 % van de winkels in de Arnhemse binnenstad structureel leeg” volgens Roots Beleidsadvies en bureau Analyzus (zie Gelderlander 28-9-2011). Het beschreven beleid in de structuurvisie staat haaks op het belang van een compact vitaal kernwinkelcentrum.

Bouwstop voor nieuwe kantoren

De nieuwbouwbehoefte aan kantoren tot het jaar 2020 wordt geschat op 13.000 m2 per jaar, maar er is op korte en middellange termijn sprake van een overaanbod (blz.67). Per 1 januari 2010 was er al een leegstand van 130.000 m2. De logische consequentie wordt niet getrokken, dat er in beginsel een stop moet komen op de nieuwbouw van kantoren in Arnhem en in de regio.

Wij hopen hiermee een constructieve bijdrage te hebben geleverd aan het bepalen van de gewenste ruimtelijke ontwikkeling in de komende periode.

 

 

Hoogachtend,

w.g.      P. van Dijk, voorzitter         H.Bod, secretaris.