2014 maart De voorzitter spreekt

Geen sleutelproject Kunstencluster, maar een sleutelproject Historische binnenstad

 

Na het project Arnhem 2015 is de zoektocht naar het antwoord op de vraag waar het met de stad naar toe moet vastgelopen. De achtereenvolgende colleges hebben geprobeerd om toch de richting vast te houden, maar dat is niet gelukt. De ambities werden ingehaald door technische en financiële problemen. Rijnboog bleek onhaalbaar in zijn oorspronkelijke vorm. Dat heeft een hoop geld gekost en dat is jammer, maar erger nog zou een ontwikkeling zijn, die leidt tot een stad met een inrichting waar niemand wat aan heeft.  Daarom moet er een nieuwe visie komen op de stedenbouwkundige ontwikkeling van de stad en daar is de gemeenteraad verantwoordelijk voor.

 

Het treft dat er nu verkiezingen komen. De Arnhemmer kan te rade gaan bij de diverse partijen of een vernieuwde stedenbouwkundige visie mogelijk is. Wie wil doorgaan op de oude weg, en wie wil een nieuwe richting inslaan, die de stad bevrijdt uit de verlammende tegenstellingen waardoor ontwikkelingen geremd worden? Het is zeer de moeite waar om ook deze afweging bij de keuze in het stemhokje te betrekken. Binnen een deel van de stedelijke politiek bestaat de vrees af te gaan als men  terugkomt op een eerder genomen besluit. Ook wordt het verwijt gehoord dat de overheid dan onbetrouwbaar zou zijn. Maar zulke overwegingen leiden in de praktijk tot een vlucht voorwaarts, gedreven door angst. En angst is een slechte raadgever.

 

Het is een misvatting dat alleen een Kunstencluster alle ontwikkeling bevordert. Door zo’n Kunstencluster, dat leegstand op andere plekken veroorzaakt wordt er niets toegevoegd dat er al niet is, en wordt er niets hersteld of verbeterd, dat verbetering behoeft. Na de oorlog is er veel gesloopt wat bewaard had moeten en kunnen blijven, dat de identiteit en schoonheid van de stad in hoge mate had kunnen bevorderen. Daarentegen is er veel gebouwd dat wel functioneel was, maar een breuk betekende met het karakter van de stad zoals dat voor de oorlog was. (voorbeelden noemen: de kleine Eusebius, de oude HBS, het gouverneurshuis aan de markt, de wederopbouw van het paleis van justitie etc., de nieuwbouw langs de singels, straten als het Paradijs, de Weerdjes etc., de vormgeving van het Kerkplein, de Markt, die zijn functie verloor. ) Niet alles kan worden hersteld en de geschiedenis kan niet worden overgedaan. Bovendien is de ontwikkeling van de laatste tien jaar van dien aard, dat er een groot overschot aan kantoren is, door de crisis, maar ook door het nieuwe werken. Met andere woorden: de wereld is ook in onze stad veranderd en gaat nog verder veranderen.

 

 

Wil de stad toekomst hebben, dan gaat het allereerst niet om spraakmakende architectuur, hoe waardevol die ook is, of hoogwaardige kantoren, maar dan gaat het om een stad waarin geleefd en gewoond kan worden. Energiezuinigheid, mobiliteit, flexibiliteit en demografische ontwikkelingen zijn kernbegrippen, die er toe doen. De voorzieningen moeten daarop worden afgestemd. Maar voor alles wordt een stad leefbaar en boeiend door de mensen die er wonen.  Daarom  krijgt een stad identiteit. Tegelijk is een stad vooral aantrekkelijk als ze identiteit bezit. En Arnhem heeft nog steeds identiteit, in hoge mate, maar de laatste tien jaar zijn we er niet op vooruitgegaan.

 

De identiteit van Arnhem wordt in hoge mate bepaald door haar ligging aan de rivier en door het groen, waar de stad in veel grotere mate dan vergelijkbare steden over beschikt. Dat is goud waard en daar moeten we zuinig op zijn. De bestuurders van meer dan een eeuw geleden zagen dat al en durfden daarin te investeren. Arnhem werd vooral een stad waarin het woongenot een hoog scoorde, waarbij overigens er ook wijken waren, waar dat nadrukkelijk niet het geval was. Maar toch. Arnhem was ook een stad, waar ook de eenvoudige burger een wijk vond, die nu nog bewondering wekt, zoals de Geitenkamp. Een woonstad, die gebruik maakte van de natuurlijke ligging en de identiteit van Arnhem versterkte.  Overigens: kijk eens in grote delen van Malburgen: wat een schitterende voorbeelden van vernieuwing en verbetering. 

Wanneer er een nieuwe integrale visie op de ontwikkeling van de stad moet komen, dient er ook aandacht te zijn voor de voorzieningen op winkelgebied. Arnhem was ooit de vijfde winkelstad van Nederland. Met de komst van het digitaal winkelen, groei van de voorzieningen in de periferie van Arnhem hebben we het areaal aan winkelvoorzieningen onder druk zien komen te staan. Het is een illusie te denken dat de tijden van de jaren ’90 en daarvoor weer terug zullen keren. Ontwerpers van een nieuwe visie zullen zich moeten oriënteren wat de moderne stadsbewoner vraagt aan voorzieningen om de hoek, die voor hem van meerwaarde zijn ten opzichte van het internet.

 

 

Voor de vernieuwde vormgeving van de stad met een sterke woonfunctie liggen er ook kansen. Er zijn lege winkels, kantoren, die hun vroegere functie niet terug zullen krijgen. Niet elke aanloopstraat hoeft winkelstraat te blijven. De milieuhinder door bijvoorbeeld fijnstof en co2 zal afnemen naarmate auto’s en andere vervoersmiddelen meer overgaan van fossiele brandstoffen op elektriciteit, waterstof en brandstofcellen.  Er liggen dus kansen op middellange en wellicht ook op lange termijn voor functieverandering.

Het komt ons voor dat de uitdaging voor bestuurders nu gelegen is in het ontwikkelen van een samenhangende visie op de ontwikkeling van de stad. Daarin worden fouten uit het verleden hersteld, wordt er aangesloten bij de actuele ontwikkelingen en mogelijkheden, vormt het karakter van de historische binnenstad een van de belangrijkste kaders, zijn er voorzieningen die aansluiten bij de behoeften van een breed publiek en is het doel een (binnen)stad waarin een gemengd publiek van diverse leeftijden, rang en stand en afkomst graag woont en zich herkent als Arnhemmers.

 

 

Zo beschouwd is postzegelgebiedontwikkeling uit den boze. Dat levert misschien op korte termijn wat financieel voordeel op, maar leidt maar al te vaak tot een probleem of teloorgang elders: zie de gevolgen van het Rozet (hoe mooi ook) en de gevolgen van een eventueel Kunstencluster. Veel belangrijker is om iconen als het Gemeentemuseum en de Schouwburg op orde te houden. Het Kunstencluster heet nu Sleutelproject, maar is het allang niet meer sinds de mislukking van de Rijnboog. Bestuurders: neem er afscheid van. Dat schept ruimte voor een nieuwe ontwikkeling en die dient zich al aan als een uitdaging: een Sleutelproject Historische Binnenstad.

Ja, maar de financiën dan? Er zijn al miljoenen geïnvesteerd in de planvorming, grondverwerving etc. Dat klopt en dat is erg jammer. Maar het is niet anders. De financiële uitdaging is zeer groot: het nemen van het verlies legt een behoorlijk hypotheek op het vervolg als het anders moet. Denk alleen maar aan de gesprekken met subsidiegevers zoals andere overheden.  Het kan mee daardoor een langdurige ontwikkeling worden.  Maar dat is het waard, als het een goede en betere  ontwikkeling is. Zo’n project kan dan ook niet geclaimd worden door één politieke partij: de discussie daarover moet in alle partijen worden gevoerd. Er blijft ook dan nog genoeg te bespreken over. En Arnhemse burgers: let op uw saeck! De verkiezingen geven u er alle gelegenheid voor!

 

Piet van Dijk, voorzitter. 7-3-14.