2014 juli, brief aan B&W

 

Arnhem,  4 juli 2014.   

 

Aan het college van burgemeester en wethouders van Arnhem,

postbus  9029, 

6800 EL Arnhem                                                                                         

                                                                                                        

Onderwerp: Bouwplannen gebied Prinsenhof.

 

Geacht college,

 

Op de website van de provincie Gelderland is te lezen dat de selectiefase van het aanbestedingstraject voor de nieuwbouw in het gebied Prinsenhof  lopende is. Wij vragen ons af wat de stand van zaken is ten aanzien van de benodigde herziening van het bestemmingsplan. In de gemeentelijke Nota van Randvoorwaarden (NvR) van december 2012 staan enkele knelpunten die stedenbouwkundig van groot belang zijn. Wij willen nader in gaan op deze knelpunten.

 

Hoogte van de bebouwing

In de NvR staat o.a. : “Aandachtspunten bij de gebiedsontwikkeling Prinsenhof zijn het behoud van de (hoogte)dominantie van de Eusebiuskerk en de Eusebiustoren en het streefbeeld naar een herkenbare hoogtecontinuïteit in de rijnfrontbebouwing”(blz.13), “De bouwhoogten in Prinsenhof zouden moeten bijdragen aan een samenhangende bouwhoogte in de zuidelijke binnenstad” (blz.34). “In de zuidelijke binnenstad (Rijnboog en Prinsenhof) streeft de gemeente Arnhem naar een bouwhoogte-regime van 16-20 meter (4 tot 6 bouwlagen). Het bestaande gebouw Rijnstate bezit een bouwdeel dat inclusief dakopbouw tot 10 bouwlagen hoog reikt”(blz. 40). “In verband met het gewenste algemene hoogtebeeld en het versterken van het zicht op de Eusebiuskerk, wordt deze hogere bebouwing bij voorkeur geamoveerd”. “Uitbreiding van dit hogere bouwdeel is in principe niet toegestaan”. (blz.41). 

Deze stedenbouwkundige stellingnames kunnen wij van harte onderschrijven. In de NvR worden deze echter weer afgezwakt.  Indien sloop onvermijdelijk is, is behoud van de huidige hoogte toegestaan. Voor  uitbreiding van de hoogte kan toch toestemming worden verleend  “voor zover de uitbreiding is onderbouwd als de minimaal noodzakelijke maat van travé-maat-uitbreiding, die voor een goed functioneren van het nieuwe kantoorconcept nodig is”.(blz.41). 

Gelet op het feit dat het gebouw Prinsenhof B zal worden gesloopt, is er o.i. een ruime oppervlakte aan bouwterrein beschikbaar om de nieuwbouw te realiseren met inachtneming van genoemde stedenbouwkundige stellingnames.

 

Open ruimte tussen gebouwen

In de NvR wordt daaromtrent o.a. gesteld: “De gemeente Arnhem streeft naar het versterken van de relatie tussen de binnenstad en Rijn door het realiseren van een voetgangersverbinding tussen de Markt en het  stadsbalkon aan de  Rijnoever. De doorgang en de stedelijke ruimte aan de Oranjewachtstraat in het trajectgedeelte tussen Huis der Provincie en gebouw Rijnstate moet dus als openbare ruimte worden vorm gegeven”. Ook dat onderschrijven wij. De provincie wil echter een goede functionele relatie tussen het Huis der Provincie en het kantoor Rijnstate. Die twee uitgangspunten kruisen elkaar. (blz.37 NvR).

Concreet betekent dit dat een gebouwde verbinding op maaiveldniveau tussen de twee gebouwen  de beoogde open ruimte afsluit. Een gebouwde verbinding boven het maaiveldniveau lijkt ons stedenbouwkundig en architectonisch onverantwoord mede gelet op de aansluiting op het monumentale Huis der Provincie. Wij begrijpen de noodzaak van zo’n verbinding ook niet. Er is immers een ondergrondse verbinding tussen de twee gebouwen aanwezig.

 

Gaarne vernemen wij van u de stand van zaken ten aanzien van de benodigde herziening van het bestemmingsplan en uw standpunt met betrekking tot de twee hiervoor beschreven knelpunten.

 

Hoogachtend,

 

Het bestuur van de vereniging Stadsschoon,

 

w.g.  P. van Dijk, voorzitter,

        H.H. Bod, secretaris.